trail.cam

Jachtseizoen in Nederland en Vlaanderen: waarom “jacht” maar vijf soorten betekent

Een haas en een konijn zitten elk op een afstand van elkaar op een open akker in het vroege ochtendlicht

Twee jagers, één woord. De een staat in Gelderland en heeft het over de jacht op de wilde eend; de ander staat twintig kilometer verderop in Belgisch Limburg en heeft het over de jacht op het everzwijn. Ze gebruiken hetzelfde werkwoord, maar ze bedoelen twee juridisch totaal verschillende dingen. Voor de Nederlander is “jacht” een klein, streng afgebakend begrip dat op precies vijf diersoorten slaat. Voor de Vlaming valt vrijwel alle wildbeheer onder één jachtdecreet, van het everzwijn tot de vos. Zelfde taal, twee werelden.

Precies daar gaat het mis bij iedereen die online “het jachtseizoen” opzoekt. Je vindt een tabel met data per soort, en die tabel klopt meestal wel — maar hij is het antwoord op maar de helft van de vraag. Want het echte verhaal is dat Nederland en Vlaanderen twee aparte rechtssystemen zijn, en dat het woord jacht in het Nederlandse systeem iets heel anders betekent dan in het Vlaamse. Wie die twee door elkaar haalt — of een Nederlandse datum op een Vlaams veld toepast — zit fout, hoe kloppend de tabel op zich ook is.

Dit artikel houdt de twee jurisdicties strikt uit elkaar. Eerst Nederland: waarom “jacht” daar maar vijf soorten omvat, wat er met haas en konijn gebeurde, en hoe alles daarbuiten via populatiebeheer en schadebestrijding loopt. Dan Vlaanderen: één decreet, drie soorten jacht, een veel langere soortenlijst. De rechtstoestand is beschreven naar de situatie van juli 2026; bij een onderwerp dat zo vaak verandert, is dat een datum en geen decoratie.

In Nederland is “jacht” een klein woord

Begin bij de definitie, want zonder die definitie valt de rest uit elkaar. In het Nederlandse recht is jacht sinds de Omgevingswet — die op 1 januari 2024 de Wet natuurbescherming absorbeerde — een nauw begrip. Het Informatiepunt Leefomgeving zegt het onomwonden: “Bij jacht gaat het alleen om hazen, konijnen, wilde eenden, houtduiven en fazanten”. Dat is de wildlijst, en die telt precies vijf soorten. Het zijn, in de woorden van de wet, “diersoorten die algemeen voorkomen en bejaging verdragen”.

Wat betekent dat voor de rest? Alles wat geen haas, konijn, wilde eend, houtduif of fazant is, valt juridisch niet onder jacht. De Omgevingswet is daar expliciet over: er is geen sprake van jacht als “het niet om hazen, konijnen, wilde eenden, houtduiven of fazanten gaat. Maar om andere dieren zoals wilde zwijnen, damherten of edelherten”. Wie op een wild zwijn of een ree schiet, jaagt dus niet in de wettelijke zin — hoe vaak de spreektaal ook “jagen op het zwijn” zegt.

Die andere activiteiten hebben eigen namen en eigen doelen. Schadebestrijding zijn “maatregelen die een grondgebruiker mag nemen tegen dieren die schade aan zijn eigendommen veroorzaken”. Populatiebeheer is “het beperken van de populatieomvang van een diersoort om te voorkomen dat de dieren ernstige of omvangrijke schade veroorzaken of een publiek belang bedreigen”, met “een planmatige en langdurige aanpak” die “meestal onder de verantwoordelijkheid van een faunabeheereenheid” gebeurt. En overlastbestrijding is wat gemeenten binnen de bebouwde kom mogen doen. Drie verschillende regimes, drie verschillende doelen — en geen ervan is jacht.

De publieke omroep vatte de verwarring goed samen: “De Wet natuurbescherming maakt een onderscheid tussen jacht, beheer en schadebestrijding. Maar deze drie jachtvormen worden in de volksmond alle drie aangeduid als jacht”. Precies dat door elkaar halen is de kern van bijna elk misverstand over het onderwerp.

In Nederland is “jacht” juridisch geen paraplubegrip voor alles wat met een geweer gebeurt — het slaat op vijf soorten, en geen zesde.

De wildlijst en het jachtseizoen

De vijf soorten mogen alleen worden bejaagd binnen een vastgesteld jachtseizoen. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zet het kader: “De jacht op een wildsoort wordt alleen uitgeoefend als de jacht op die wildsoort bij ministeriële regeling is geopend” (artikel 11.68). Die ministeriële regeling is de Omgevingsregeling, en artikel 4.17 daarvan bevat de eigenlijke data. Voor de versie die sinds 18 juni 2025 geldt, en dus voor het seizoen 2025/2026, ziet de tabel er zo uit:

SoortJachtseizoen (Nederland)
Wilde eend15 augustus tot en met 31 januari
Fazant (haan)15 oktober tot en met 31 januari
Fazant (hen)15 oktober tot en met 31 december
Houtduif15 oktober tot en met 31 januari
Haas15 oktober tot en met 31 december — behalve in Groningen, Limburg en Utrecht (daar geen seizoen)
KonijnGeen jachtseizoen (hele jaar, hele land gesloten)

Twee dingen vallen meteen op. Het konijn heeft helemaal geen open seizoen meer, in het hele land. En de haas is open in negen provincies, maar niet in Groningen, Limburg en Utrecht — die drie ontbreken bewust in de wettekst. De reden is telkens dezelfde: dalende aantallen. “Het aantal konijnen daalt namelijk in het hele land. In de provincies Groningen, Limburg en Utrecht dalen ook de aantallen hazen”. Op dat verhaal komen we zo terug.

Om te mogen jagen heb je meer nodig dan een datum. Je moet, aldus de Rijksoverheid, “een jachtvergunning … en … lid zijn van een wildbeheereenheid”. De omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit — vroeger de jachtakte — vraag je aan bij de politie en is “maximaal 1 jaar geldig en loopt tot 1 april”. En let op de grens die dezelfde pagina trekt: “U mag niet jagen op beschermde dieren, zoals edelherten, moeflons en wilde zwijnen. U heeft voor het jagen op beschermde dieren altijd een omgevingsvergunning nodig … bij de faunabeheereenheid in uw provincie”. Dat is de wildlijst-versus-beheer-scheiding, nog een keer, nu vanuit de vergunningkant.

Ook binnen het seizoen mag lang niet alles. Het Bal verbiedt de jacht onder meer vóór zonsopgang en ná zonsondergang (met een half uur speling voor de wilde eend), op zondag en op een reeks feestdagen, op begraafplaatsen, en “jacht ‘voor de voet’ op konijnen, hazen of fazanten, als de grond met sneeuw is bedekt”. Ook geldt er een verbod binnen “een straal van 200 meter rond plaatsen waar voer of aas is gebruikt om de dieren te lokken”, met de eendenkooi als uitzondering. En de data zelf staan niet helemaal vast: een provincie kan met een maatwerkregel de jacht sluiten, “maar alleen bij bijzondere weersomstandigheden, zoals extreem winterweer … Het verruimen van de jachtseizoenperiode kan niet”. Sluiten mag dus, oprekken niet.

Het jachtseizoen is een bodem, geen plafond: een provincie mag hem bij streng winterweer sluiten, maar nooit verlengen.

Wat er met haas en konijn gebeurde

Een mannetjes wilde eend drijft op kalm water, de glanzend groene kop duidelijk zichtbaar

De gesloten status van haas en konijn is geen willekeur, maar het voorlopige eindpunt van een jarenlang gevecht dat de moeite van het navertellen waard is — al was het maar omdat het laat zien hoe een jachtseizoen in Nederland tot stand komt.

Het begon met cijfers. Sinds 2020 staan haas en konijn op de Nederlandse Rode Lijst van bedreigde diersoorten. In 2021 nam de Tweede Kamer een motie aan van de Partij voor de Dieren en de SP om de jacht op beide soorten helemaal te verbieden. De toenmalige minister voerde die opdracht in 2022 uit: “Het komende jachtseizoen mag er nergens op konijn gejaagd worden en geldt het jachtverbod voor de haas in de provincies Groningen, Limburg en Utrecht”. Belangrijk detail, en zelden goed begrepen: de minister temperde meteen de verwachtingen. “De jacht is namelijk niet een heel belangrijke oorzaak van de slechte stand van deze soorten. Van veel grotere invloed zijn het verlies aan leefgebied, afnemende kwaliteit ervan en roofdieren, waaronder verwilderde huiskatten en vossen. Ook intensivering en schaalvergroting van de landbouw”.

Dat de sluiting overeind bleef, komt door de rechter. De jagersorganisaties spanden een bodemprocedure aan, en verloren. De rechtbank in Den Haag oordeelde in oktober 2023 dat de minister met haar besluit weliswaar het eigendomsrecht reguleert, maar dat dit “is toegestaan, omdat daarvoor een wettelijke basis bestaat en omdat deze regulering proportioneel is”. De rechter toetste het politieke oordeel van de minister over de staat van instandhouding nauwelijks inhoudelijk. Sindsdien staat de sluiting, en een enkele handhavingsdienst bevestigt jaar na jaar dat er niets is veranderd: “Net als vorig jaar mag er in het hele land niet op het konijn worden gejaagd”.

Wetenschappelijk is het beeld genuanceerder dan de politieke loopgraven suggereren. Onderzoekers van de organisatie die nu Zodion heet, analyseerden “bijna 30 jaar aan afschotgegevens uit Nederland en Duitsland” en concludeerden dat hazen “de afgelopen 28 jaar … gestaag zijn afgenomen”, met als belangrijkste oorzaak “de intensivering van de landbouw” — niet de jacht. Bij het konijn speelt vooral ziekte: een terugval na 1990 door het Viraal Haemorhagisch Syndroom, met recent enig herstel door resistentie.

Rond die feiten woedt een echt debat, en een eerlijk artikel laat beide kanten zien. Natuurorganisaties vinden dat de sluiting niet ver genoeg gaat. Vogelbescherming wijst erop dat “de staat van instandhouding van alle soorten op de wildlijst is beoordeeld als ongunstig”, op basis van onderzoek van Sovon en Wageningen Environmental Research in opdracht van het ministerie, en dat de wet bepaalt “dat de jacht niet wordt geopend op soorten waarvan de staat van instandhouding in het geding is”. De Dierenbescherming gaat verder en wil de wildlijst helemaal afschaffen, met het argument dat vijf soorten nu “zonder opgaaf van reden … afgeschoten worden”. Aan de andere kant staat de Jagersvereniging, die de wildlijst juist verdedigt als een systeem dat “alleen soorten met een stabiele populatie” bejaagbaar maakt, onder drie voorwaarden: de soort moet eetbaar of schadeveroorzakend zijn, landelijk in goede staat verkeren, en die staat mag niet in gevaar komen door bejaging. Wie gelijk heeft, hangt af van hoe je “gunstige staat van instandhouding” meet — en precies daar draait de hele juridische strijd om.

De sluiting van haas en konijn is geen biologisch verdict maar een juridisch compromis — de rechter liet het oordeel bijna volledig aan de minister.

Alles wat geen jacht heet: populatiebeheer en schadebestrijding

Hier zit het grootste deel van wat mensen “jacht” noemen, en juist hier geldt de wildlijst níet. Vos, wild zwijn, ganzen, muskusrat, steenmarter — het beheer van al die soorten loopt via een apart stelsel. De faunabeheereenheid (FBE) Fryslân zet de opbouw helder neer: “Schadebestrijding of beheer van diersoorten kan onder een vrijstelling, ontheffing, opdracht of omgevingsvergunning uitgevoerd worden”. Die vier vormen zijn de moeite waard om uit elkaar te houden.

Een vrijstelling is de lichtste vorm. Het ministerie heeft “zes diersoorten op de landelijke vrijstellingslijst geplaatst”, waarop “het hele jaar [mag] worden gejaagd als op tenminste één perceel schade is ontstaan of dreigt te ontstaan” — landelijk gaat het onder meer om de vos en de zwarte kraai. Een ontheffing is zwaarder: “een toestemming van de provincie om af te wijken van de wet”, waarmee beschermde soorten “toch verjaagd, gevangen of gedood mogen worden”, meestal verleend aan de FBE, die op haar beurt machtigingen uitgeeft. En als een schadeveroorzakende soort noch onder een vrijstelling noch onder een ontheffing valt, kan de provincie een opdracht (tegenwoordig een omgevingsvergunning) geven om de stand te beperken — dat speelt vooral bij exoten als “beverrat, muskusrat, wasbeerhond, nijlgans, wasbeer” en bij het wild zwijn.

Dwars door dit alles loopt één principe: doden is het laatste middel. BIJ12, de uitvoeringsorganisatie van de twaalf provincies, formuleert het strak: “In de meeste gevallen mogen dieren alleen gedood worden wanneer ook voldoende preventieve, niet-dodelijke maatregelen zijn genomen”. En wie een tegemoetkoming in de schade wil, moet aantoonbaar zijn best doen: bij een vrijstelling of ontheffing voor afschot geldt dat je “minimaal op twee verschillende dagen per week pogingen tot afschot … (laten) uitvoeren” moet, wat BIJ12 controleert. Dat het om grote aantallen gaat, blijkt uit de cijfers: “In schadejaar 2025 behandelde BIJ12 12.631 aanvragen voor een tegemoetkoming in faunaschade”.

Twee voorbeelden maken concreet hoe dit op de grond werkt. Neem het wild zwijn in Limburg. Er zijn twee leefgebieden aangewezen — “de Meinweg (bij Roermond) en het Meerlebroek (bij Beesel)” — waar populatiebeheer plaatsvindt; in de rest van de provincie wordt “gestreefd, naar een algemene verlaging van het aantal wilde zwijnen”. Cruciaal: “Wilde zwijnen zijn wettelijk beschermd”, en het beheer “mag alléén met een provinciale vergunning worden uitgevoerd”, gecoördineerd door de FBE Limburg en uitgevoerd door jagers in een wildbeheereenheid. Peer-reviewed onderzoek op de Veluwe laat zien hoe dubbel die situatie is: het zwijn is een beschermde soort, maar de populatie “varies roughly between 3000 and 10,000”, tegen een “‘permitted’ number … roughly 1200 in the Veluwe region”, en buiten de aangewezen gebieden geldt een nultolerantiebeleid. Van de geschoten dieren viel 62% binnen het beheerseizoen (1 juli–31 januari) en 38% daarbuiten, op grond van die nultolerantie. Beschermd én zwaar bejaagd tegelijk — het is geen tegenstelling, het is het systeem.

Of neem de ganzen in Zuid-Holland. “De populatie in 2024 bedroeg 161.714 ganzen”, en de schadevergoeding liep dat jaar op tot “bijna 7 miljoen euro”. Sinds “eind jaren negentig is de jacht op ganzen afgeschaft”; ze worden nu “op basis van een ontheffing … geschoten”, in een vaste volgorde van verjagen, eieren behandelen en pas dan afschot. Het beleid richt zich op de standganzen (die het hele jaar blijven), terwijl voor de trekganzen “een winterrustperiode [wordt] ingesteld”. Ook dit is geen jacht in de wettelijke zin — het is populatiebeheer, met een eigen logica en een eigen prijskaartje.

Op de Veluwe is het wild zwijn tegelijk een beschermde soort én het doelwit van een nultolerantiebeleid — dat is geen tegenstrijdigheid, dat is faunabeheer.

De wolf: een aparte, beschermde categorie

Een wild zwijn komt in de schemering vanuit de bosrand een stoppelveld op

Eén dier past in geen van beide vakjes en verdient daarom een eigen alinea. De wolf is teruggekeerd en broedt inmiddels op de Veluwe, maar hij staat noch op de wildlijst noch in het gewone schadebestrijdingsregime. Hij is strikt beschermd, en het beheer draait volledig om preventie. De twaalf provincies “hebben het Wolvenplan 2025 vastgesteld”, dat inzet op “schadepreventie, richtlijnen voor ingrijpen, samenwerking met het Rijk en publiekscommunicatie”. In de praktijk betekent dat subsidies voor wolfwerende rasters — in Gelderland tot “€ 20.000” per aanvraag — en wolvenconsulenten die veehouders adviseren. Dat de wolf ook politiek beweegt, blijkt uit het bevroren dossier waar we zo op komen: het “verlagen van de beschermde status van de wolf” was juist een van de onderwerpen die de Tweede Kamer stillegde.

Een groep grauwe ganzen foerageert rustig op een vlak Nederlands polderweiland bij zonsopgang

De bevroren stelselwijziging

Wie over het Nederlandse jachtseizoen schrijft, moet één actueel voorbehoud maken, want anders leest een oud artikel straks als onzin. Er ligt een voorstel om het hele stelsel te wijzigen — mogelijk met een ruimere wildlijst — maar dat voorstel is géén wet.

In juli 2025 stuurde staatssecretaris Rummenie een Kamerbrief “over de voortgang op het traject om te komen tot een toekomstbestendig stelsel voor jacht en faunabeheer”. De Jagersvereniging zag daarin kansen voor “een stelsel waarin de jacht weer de basis vormt voor het beheren, beschermen en benutten”, met minder bureaucratie en heldere afspraken over schadevergoeding. Maar in september liep het vast. Op 11 september 2025 besloot de vaste Kamercommissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om een reeks dossiers “controversieel te verklaren” — waaronder uitdrukkelijk “De stelselwijziging van jacht en faunabeheer” en “De beschermingsstatus van de wolf”. Controversieel verklaren betekent: niet behandelen zolang het kabinet demissionair is. De voorgestelde uitbreiding van de wildlijst is dus bevroren, niet ingevoerd. Tot een nieuw kabinet er anders over beslist, geldt het huidige stelsel — vijf soorten op de wildlijst, en al het andere via beheer en schadebestrijding.

Vlaanderen: één decreet, drie soorten jacht

Nu de grens over — en meteen een andere wereld. In Vlaanderen bestaat de scherpe Nederlandse scheiding tussen “jacht” (vijf soorten) en “beheer” (al het andere) niet. Vrijwel alles loopt via één wet: het Jachtdecreet van 24 juli 1991, dat “het verstandig gebruik van wildsoorten en hun leefgebieden” beoogt. Dat decreet definieert het wild in categorieën — grof wild, klein wild, waterwild en overig wild — en onder grof wild vallen soorten die in Nederland juist buiten de jacht staan: “edelherten, reeën, damherten, moeflons, wilde zwijnen”.

Binnen dat ene decreet onderscheidt Natuur en Bos drie soorten jacht, en dat onderscheid is de sleutel tot het hele Vlaamse systeem:

De soortenlijst die hieronder valt is fors langer dan de Nederlandse vijf: onder meer everzwijn, ree, edelhert, damhert, moeflon, patrijs, haas, fazant, wilde eend, grauwe gans, Canadese gans, konijn, houtduif, vos en verwilderde kat. Soorten die niet in de tabel staan, mogen simpelweg niet worden bejaagd.

Neem het edelhert, in Vlaanderen een zeldzaamheid die in het wild vrijwel alleen in de regio Voeren voorkomt. Natuurorganisatie Natuurpunt merkt op dat het dier “intensief bejaagd” wordt, maar dat “ondanks die bejaging … de populaties het zeer goed [doen]”. Dat het edelhert in Vlaanderen bejaagbaar grofwild is, terwijl het in Nederland juist een beschermde beheersoort is waarop je niet mag jagen, vat het verschil tussen de twee jurisdicties in één soort samen.

Een wolf staat waakzaam tussen de bomen van een gemengd naald- en loofbos

De Vlaamse jachtopeningstijden

De concrete data staan niet in het decreet zelf, maar in het Jachtopeningsbesluit (het basisbesluit dateert van 28 juni 2013 en wordt geconsolideerd bijgehouden). Voor de gewone jacht ziet de geconsolideerde tabel er zo uit:

CategorieSoortVlaamse openingstijd (gewone jacht)
Grof wildWild zwijn1 januari–14 juli en 1 augustus–31 december
Grof wildReegeit en reekalf1 januari–31 maart
Grof wildReebok1 mei–14 september
Grof wildEdelhert, damhert, moeflon1 oktober–31 december
Klein wildPatrijs15 september–14 november (alleen erkende WBE’s)
Klein wildHaas15 oktober–31 december
Klein wildFazant (hen / haan)15 oktober–31 december / 31 januari
WaterwildGrauwe gans15 augustus–30 september
WaterwildCanadese gans15 augustus–31 maart
WaterwildWilde eend15 augustus–31 januari
Overig wildKonijn15 augustus–28 of 29 februari
Overig wildHoutduif15 september–28 of 29 februari
Overig wildVos15 oktober–28 of 29 februari
Overig wildVerwilderde kat1 januari–31 december

Naast deze gewone jacht kent het besluit een aparte lijst met andere data voor de bijzondere bejaging, die geldt onder strikte voorwaarden — bijvoorbeeld het everzwijn het hele jaar rond, ter voorkoming van belangrijke schade.

Leg deze tabel nu naast de Nederlandse en het gevaar van verwarring springt eruit. Het konijn heeft in Vlaanderen een ruime openingstijd (15 augustus–eind februari), terwijl het in heel Nederland gesloten is. De houtduif mag in Vlaanderen vanaf 15 september tot eind februari, in Nederland pas vanaf 15 oktober tot en met 31 januari. Zelfde soort, andere grens, andere datum. Wie een Vlaamse datum op een Nederlands veld toepast — of andersom — overtreedt de wet, hoe correct de tabel op zich ook is.

Nog een waarschuwing bij deze data: de Belgische jachtregels worden geregeld bijgewerkt met aanvullende besluiten (het besluit zelf draagt al een gedeeltelijke opheffing uit 2015 in het opschrift), en er bestaat bijvoorbeeld een aparte sluiting van de patrijsjacht in bepaalde WBE’s die hier niet is geverifieerd. Neem de tabel dus als basis en controleer de openingstijden voor het lopende jachtjaar bij Natuur en Bos.

Het konijn is de scherpste illustratie: in Nederland het hele jaar gesloten, in Vlaanderen ruim een half jaar bejaagbaar. Eén soort, twee tegengestelde antwoorden.

Everzwijn en Afrikaanse varkenspest

Eén dossier verdient aan de Vlaamse kant aparte aandacht, omdat het laat zien hoe gezondheid en jacht in elkaar grijpen: het everzwijn en de Afrikaanse varkenspest. Die virusziekte is “erg besmettelijk” en verloopt bij zwijnen “vaak … dodelijk”; ze is “niet gevaarlijk voor mensen of voor huisdieren, maar heeft het potentieel om de professionele varkenshouderij zwaar aan te tasten”. Na de uitbraak enkele jaren geleden in Wallonië houdt Natuur en Bos de situatie scherp in de gaten met een passieve monitoring waarbij “elk dood aangetroffen everzwijn wordt onderzocht”.

Het goede nieuws, naar de huidige stand: “Voorlopig zijn alle resultaten … negatief en is de wilde fauna in Vlaanderen vrij van Afrikaanse varkenspest”. Vlaanderen werkt met vier dreigingsniveaus en verwacht van jagers sanitaire voorzorgen bij contact met wilde zwijnen. Het is precies om die reden dat het everzwijn onder de bijzondere bejaging het hele jaar rond mag worden bejaagd: het is evenzeer ziektebestrijding als wildbeheer.

Bij het everzwijn draait de logica om: niet het seizoen bepaalt het afschot, maar de dreiging van een dierziekte.

Zo controleert u de actuele data

Een edelhertbok staat rustig aan de bosrand in het glooiende heuvelland van Zuid-Limburg

Als je dit alles op een rij zet, blijft er één stevige regel over: er bestaat niet één “jachtseizoen” dat overal en altijd geldt. Er zijn twee jurisdicties, in Nederland een smalle wildlijst plus een apart beheerstelsel, in Vlaanderen één decreet met drie soorten jacht, en aan beide kanten data die per soort, per gebied en per jachtjaar verschillen. De algemene tabel geeft de richting; de bindende waarheid is altijd soort-, gebied- en jaargebonden.

Begin daarom bij de bron. Voor Nederland zijn dat de rijkspagina’s van het Informatiepunt Leefomgeving en de Rijksoverheid, plus je eigen provincie en faunabeheereenheid voor beheer en schadebestrijding. Voor Vlaanderen is dat de actuele tabel van Natuur en Bos. Kant-en-klare “jachtkalenders” die je online vindt zijn goed voor een snelle blik, maar niet als rechtsbron: sommige staan nog op een oud jachtjaar, en geen enkele registreert een tussentijdse wijziging of een gesloten gebied.

Er is nog één laag die volledig in eigen hand ligt: het vastleggen van je eigen waarnemingen. Wie wildcamera’s in het veld heeft hangen, heeft bij elke foto een zekere datum en tijd — en dat vertelt meteen of een waarneming in het open seizoen van de betreffende soort en het betreffende gebied valt, of juist in een gesloten periode. Over de jaren bouwt zich zo een betrouwbaar beeld op van wanneer welke soort op jouw terrein echt actief is, informatie die eerst faunabeheerkennis is en pas daarna jachtkennis. Houd daarbij wel rekening met de privacyregels: de AVG stelt grenzen aan wat een camera in het veld mag vastleggen.

Veelgestelde vragen

Bestaat er één jachtseizoen dat in heel Nederland en Vlaanderen geldt?

Nee. Nederland en Vlaanderen zijn aparte jurisdicties met eigen wetten, en binnen Nederland verschilt de status bovendien per soort en per provincie. In Nederland slaat “jacht” juridisch alleen op vijf soorten; in Vlaanderen valt veel meer onder één jachtdecreet. Controleer altijd de actuele bron voor jouw soort, gebied en jachtjaar.

Waarom mag er in Nederland niet meer op het konijn worden gejaagd?

Het konijn heeft sinds het besluit van 2022 in het hele land geen open jachtseizoen meer, vanwege de dalende populatie; de haas is om dezelfde reden gesloten in Groningen, Limburg en Utrecht. Een rechtszaak van de jagersorganisaties tegen die sluiting werd in 2023 verworpen. Buiten de jacht blijft schadebestrijding van konijnen wel mogelijk.

Wat is het verschil tussen jacht, populatiebeheer en schadebestrijding in Nederland?

Jacht slaat alleen op de vijf wildlijst-soorten binnen hun seizoen. Populatiebeheer is het planmatig, langdurig beperken van een populatie onder verantwoordelijkheid van een faunabeheereenheid; schadebestrijding zijn maatregelen van een grondgebruiker tegen schade. Die laatste twee lopen via vrijstelling, ontheffing of omgevingsvergunning, niet via de jacht.

Klopt het dat de wildlijst wordt uitgebreid?

Nee, dat is een voorstel en geen wet. In juli 2025 lag er een Kamerbrief over een stelselwijziging, maar de Tweede Kamer verklaarde het dossier op 11 september 2025 controversieel, waarmee het bevroren is tot een nieuw kabinet. Tot dan geldt de huidige wildlijst van vijf soorten.

Mag ik in Vlaanderen op dezelfde soorten en data jagen als in Nederland?

Nee. Vlaanderen heeft een eigen Jachtdecreet met een veel bredere soortenlijst en eigen openingstijden. Het konijn is in Vlaanderen bijvoorbeeld ruim bejaagbaar (15 augustus–eind februari), terwijl het in Nederland gesloten is. Neem nooit een Nederlandse datum over voor een Vlaams veld, of andersom.

Waarom mag het everzwijn in Vlaanderen bijna het hele jaar worden bejaagd?

Vanwege de dreiging van de Afrikaanse varkenspest, een voor zwijnen dodelijke maar voor mensen ongevaarlijke ziekte die de varkenshouderij zwaar kan treffen. Onder de bijzondere bejaging mag het everzwijn daarom het hele jaar worden bejaagd; het is evenzeer ziektebestrijding als wildbeheer. Vlaanderen is momenteel vrij van de ziekte.