Het begint bijna altijd hetzelfde. Ergens tussen elf uur ’s avonds en drie uur ’s nachts klinkt er gebonk op de zolder, alsof er een inbreker over de vloer sluipt. Of de auto start ’s ochtends niet meer, en onder de motorkap liggen doorgebeten slangen en aangevreten isolatie. In beide gevallen is de verdachte hetzelfde: de steenmarter (Martes foina), een slank, kattengroot roofdier dat het de afgelopen decennia uitstekend is gaan doen in dorp en stad — en dat precies daardoor steeds vaker met mensen in de knel komt.
Voor wie er middenin zit, is de belangrijkste boodschap tegelijk de meest verrassende: je mag er bijna niets tegen doen. De steenmarter is in Nederland een wettelijk beschermde soort onder de Omgevingswet, en ook in Vlaanderen mag hij niet gevangen of gedood worden. Doden, vangen, vergiftigen of de nest- en rustplaats vernielen is verboden en levert forse boetes op. Wat wél mag — en wat als enige echt werkt — is het dier humaan buitensluiten: de geur wegnemen, de toegang dichtmaken en de rommel onbereikbaar houden. Dit stuk laat zien hoe je de schade en de sporen herkent, hoe je met een wildcamera vaststelt of het echt een steenmarter is, wat de wet precies wel en niet toestaat, en hoe je het dier stap voor stap — en legaal — weer buiten de deur krijgt.
Waarom juist nu, en juist bij jou
De steenmarter was in de Lage Landen ooit bijna verdwenen door vervolging en het verlies van leefgebied. Sinds de jaren tachtig herstelt de soort zich krachtig, en hij heeft zich daarbij opvallend goed aangepast aan het leven tussen mensen. Dat gaat hard. Een marterspecialist die dagelijks woningen marterproof maakt, schat dat het aantal steenmarters in Nederland in zeven jaar tijd meer dan is verdubbeld, en ziet naar eigen zeggen “twee tot drie huizen per week met schade”. Cijfers uit één praktijk zijn geen landelijke telling, maar het beeld klopt met wat natuurorganisaties en gemeenten melden: de steenmarter rukt op vanuit het oosten en duikt inmiddels steeds verder westwaarts op.
Waarom belandt hij dan uitgerekend bij jou op zolder of onder je auto? Omdat je huis, van zijn kant bekeken, een prima stukje leefgebied is. Een steenmarter heeft een groot territorium — schattingen lopen uiteen van 15 tot wel 600 hectare — met daarbinnen twaalf tot twintig verschillende rust- en verblijfplaatsen. Een warme, droge, rustige zolder of spouwmuur is er daar simpelweg één van. En dat de soort zo succesvol is, heeft ook een keerzijde die zijn slechte reputatie nuanceert: de meeste steenmarters veroorzaken helemaal geen overlast. Uit huis-aan-huisonderzoek in gebieden met veel marters blijkt dat maar een klein deel van de mensen er echt last van heeft, en het is goed mogelijk dat je al jaren een marter in je schuur hebt zonder het te merken.
De meeste steenmarters veroorzaken helemaal geen overlast — het gaat om de enkeling die je zolder of je motorruimte uitkiest.
Herrie op zolder, schade aan het dak
Het eerste signaal is bijna altijd geluid. Een steenmarter is een speels dier dat in een kleine ruimte hard rondjes rent en met rondslingerend materiaal speelt — stukken slang, kabel, alles waar hij zijn tanden in kan zetten. Voor een dier van anderhalve kilo maakt hij binnenshuis opmerkelijk veel kabaal. Het “luide, duidelijke bonkende geluid” doet veel mensen aan een inbreker denken, en ’s nachts hoor je soms luidkeels gekrijs van vechtende dieren. Zit er een vrouwtje met jongen, dan hoor je eerst hoge piepgeluiden die toenemen naarmate de jongen groeien, en later gekrijs dat lijkt op dat van grote vogels.
De schade die daarbij hoort, is voor huiseigenaren het echte probleem. Steenmarters trekken losse dakpannen omhoog, wringen zich onder het dakbeschot en nestelen zich in de isolatie; ze bijten isolatiemateriaal en de isolatie van waterleidingen kapot. Dat kost niet alleen reparatiegeld, het kost ook comfort: als de isolatie wordt weggetrokken, ontstaat er tocht. En dan is er de latrine. Een steenmarter doet zijn behoefte steeds op dezelfde vaste plek in zijn verblijf, en die ophopende uitwerpselen — aangevuld met de kadavers van meegesleepte prooien — gaan na verloop van tijd flink stinken. Eén marterbestrijder vertelt over een 88-jarige vrouw die door de marters op haar zolder genoodzaakt was in haar woonkamer te gaan slapen: “Het geluid en de stank van de dieren trok ze simpelweg niet meer”.
Hoe komt zo’n dier binnen? Klimmend en springend. Een steenmarter springt moeiteloos anderhalve meter hoog en klimt zelfs tegen een rechte muur op als de voegen wat houvast bieden. Via een schutting, een boom, een regenpijp of een klimplant bereikt hij de dakrand, en daar heeft hij aan een verrassend kleine opening genoeg. De bronnen noemen uiteenlopende maten — van zo’n 4 cm tot 8 à 9 cm — maar de vuistregel van het Natuurhulpcentrum is de bruikbaarste: “een opening waar een leeg wc-rolletje in kan is voldoende”.

De automarter: waarom kabels eraan moeten geloven
Geen enkele vorm van steenmarteroverlast spreekt zo tot de verbeelding als de “automarter” die de bedrading onder je motorkap sloopt. De schade kan fors zijn: doorgebeten koelslangen, bougiekabels, ruitensproeierslangen en elektronicabekabeling, met startproblemen, foutmeldingen en in het ergste geval kortsluiting of zelfs brand tot gevolg. Een paar doorgebeten kabels kost al snel € 200 tot € 400; zitten er onderdelen diep in de motor kapot, dan loopt de rekening op tot boven de € 2.000.
Maar waarom doet hij het? Niet vanwege de warmte, al houdt dat misverstand hardnekkig stand. Onderzoek waarnaar natuurorganisatie Natuurpunt verwijst, vond geen verband tussen marterbezoek en de temperatuur van de motor; auto’s zijn simpelweg de dichtstbijzijnde schuilplaats als het dier onderweg verstoord wordt. (Eén Nederlandse bron houdt het er wél op dat marters “koukleumen” zijn die de warme motor opzoeken — zie de Editor notes; de meeste bronnen wijzen die verklaring af.) De beter onderbouwde reden is territoriaal. In het voorjaar en de zomer, in de maanden rond de paartijd, gedragen steenmarters zich sterker territoriaal en markeren ze objecten in hun omgeving intensiever met geur — ook auto’s. En daar zit de valstrik: een auto verhuist. Staat jouw wagen ’s nachts in het territorium van een marter geparkeerd terwijl er de geur van een ándere marter aan hangt, dan denkt de bewoner dat er een indringer is. Hij reageert heftig en bijt de zachte onderdelen kapot om die concurrentiegeur uit te wissen. Dat verklaart ook waarom vooral de sterk territoriale mannetjes tekeergaan, en waarom de buurauto ernaast ongemoeid blijft.
Het idee dat marters op visolie of vismeel in de kabels afkomen — een verhaal dat je overal tegenkomt — is nooit aangetoond en wordt door de vakbronnen afgewezen. Net zo min hebben ze een voorkeur voor een bepaald merk of motortype. Hoe vaak het misgaat, valt trouwens mee: bij een radiozender-onderzoek in het Limburgse dorp Borgharen bezochten de gezenderde steenmarters gemiddeld eens per drie nachten een auto, maar werd op jaarbasis bij “ruim 3% van de auto’s” schade gemeld; in Deventer bleek slechts 1% van de geparkeerde auto’s marterschade op te lopen. De kans dát je auto het slachtoffer wordt, is dus klein — maar áls het gebeurt, herhaalt het zich meestal, want de geur lokt de volgende marter.
Een marter bijt geen kabels door voor de lol of de warmte — hij wist een concurrentiegeur uit die op je auto van territorium naar territorium meereist.
Steenmarter of iets anders? Zo lees je de sporen

Voordat je iets onderneemt, moet je zeker weten dat je écht met een steenmarter te maken hebt en niet met een muis, rat, kauw, steenuil of vleermuis — die maken allemaal graag gebruik van een woning zonder zich te laten zien. De dieren zelf krijg je zelden in beeld: ze zijn strikt nachtactief en volgen ’s nachts het liefst muren, hagen en andere dekking. Je bent dus aangewezen op indirecte aanwijzingen: geluid, geur en sporen.
De keutels zijn het duidelijkste teken. Ze zijn worstvormig, een pink groot, met een karakteristieke gedraaide punt — “vaak in de vorm van een vraagteken” — en zitten vaak vol pitten van steenvruchten. Over de exacte maat verschillen de bronnen: het Vlaamse Ecopedia houdt het op 4 tot 8 cm lang, het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen op 8 tot 10 cm. Belangrijker dan de precieze centimeters is het patroon: een steenmarter gebruikt een vaste latrine, meestal vlak bij zijn slaapplek, en die stapel geeft een muskusachtige, iets zurige geur af. Die geur kun je verwarren met die van de huisspitsmuis, maar diens keuteltjes zijn kleiner dan een centimeter. Ligt er een niet-opgegeten prooi te rotten, dan verraadt zich dat soms eerder door een plaag bromvliegen dan door de geur zelf.
Zoek daarnaast naar pootafdrukken en veegsporen. Vind je voetsporen in modder, sneeuw of stof, dan onderscheidt de afdruk van een marter zich van die van een kat door de grote zoolbal: bij de kat is die rond, bij de steenmarter V-vormig, en het spoor is wat smaller. Een handige truc om afdrukken zichtbaar te maken, is een dun laagje bloem of wit zand op de vermoedelijke looproute strooien. Op de plek waar het dier naar binnen klimt, zie je soms klimsporen: krassen, of een grijzige veeg tegen een witgekalkte muur. En vergeet het geluid niet als diagnose. Marters zijn overdag stil, maar wie ’s nachts — typisch tussen 23.00 en 03.00 uur — gebonk, gekrab of het katachtige gekrijs van twee vechtende dieren hoort, zit meestal goed. Een grommend, schreeuwend of fluitend geluid hoort bij een geschrokken of opgewonden marter; het gekrijs kan zo op dat van een grote vogel lijken dat mensen zich vergissen.
Zet de indringer op camera
Sporen brengen je een heel eind, maar ze vertellen je niet zeker wélk dier er zit, of het er nog is, en waar het precies binnenkomt. Daarvoor is er één middel dat álles ineens duidelijk maakt: een wildcamera. Het Vlaamse natuurportaal Ecopedia beschrijft precies zo’n geval — “gestommel in het houthok” deed de eigenaar besluiten een trailcam te plaatsen, en tot zijn verrassing zat er een heel nest steenmarters.
Een paar praktische aandachtspunten, want een wildcamera voor een marter vraagt net iets anders dan voor groter wild. De heel goedkope camera’s uit de supermarkt hebben een matige beeldkwaliteit en zijn nauwelijks waterdicht; voor in een schuurtje of op zolder volstaan ze, maar een iets betere camera (rond de € 200) levert veel bruikbaardere beelden op. Belangrijker nog: dit type camera reageert niet razendsnel, en een voorbijschietende marter mis je zo. Richt de camera daarom op een wat breder stuk, zodat het dier er minstens een paar seconden in beeld is, en houd het langer vast met een lokkertje als wat pindakaas of een ei. Zet de camera bij de vermoedelijke ingang, en combineer hem gerust met de bloem-truc op de looproute — dan zie je én het dier én zijn spoor.
Een enkele nacht met een wildcamera bij de ingang beantwoordt in één klap de vragen die sporen openlaten: welk dier, hoeveel, en waar precies het binnenkomt.
De wet: een beschermd dier, dus geen geweld

Hier scheiden de goede bedoelingen zich van de overtredingen. In Nederland staat de steenmarter in bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving, onder de Omgevingswet. Artikel 11.54 verbiedt “het opzettelijk doden of vangen” van deze zoogdieren én “het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen”. De wet kent één uitzondering voor dieren die zich in gebouwen ophouden — maar die geldt uitsluitend voor de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis, en dus nadrukkelijk níét voor de marter. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen vat het scherp samen: ze mogen niet gevangen of gedood worden, “ze mogen zelfs niet opzettelijk verstoord worden en ook hun voortplantings- of rustplaatsen mogen niet opzettelijk beschadigd of vernield worden”. Overtreding valt onder de economische delicten, met boetes die kunnen oplopen tot in de tienduizenden euro’s — één bron noemt bedragen tot € 19.000.
Die bescherming is nationaal, niet Europees: op Europees niveau heeft de steenmarter geen beschermde status, maar in Nederland valt hij onder de nationale bescherming, en provincies bepalen zelf of en wanneer er iets mag. Dat maakt de precieze regels een provinciekwestie. In Gelderland staat de steenmarter bijvoorbeeld niet op de vrijstellingenlijst, waardoor het dier én zijn verblijfplaatsen volledig beschermd zijn en verjagen, vangen of doden alleen mag met een ontheffing van de Faunabeheereenheid. En zo’n ontheffing krijg je niet even: het is een proces van meerdere fasen — de schade laten registreren, aantonen dat er alternatieve verblijfplaatsen zijn, een vervangende voorziening plaatsen die drie maanden moet standhouden, een ecoloog laten meekijken, de wering aanbrengen en die laten toetsen. Voor de gemiddelde huiseigenaar is de boodschap simpel: reken niet op een vergunning om het dier te laten weghalen, maar op preventie en op het inschakelen van een gecertificeerd bedrijf.
Dat de bescherming ook echt tanden heeft, bleek in Friesland, waar het al jaren botst rond de steenmarter. Daar verleent de provincie in het belang van de weidevogels een ontheffing om in aangewezen gebieden steenmarters te vangen en te doden — begin 2023 ging het om ruim vierhonderd dieren, waarna de rechter het doden op verzoek van onder meer de Marterstichting voorlopig stillegde. Eind 2025 kwam het weer de andere kant op: nadat de rechtbank de ontheffing in oktober 2025 had geschorst, hief de Raad van State die schorsing op 18 december 2025 weer op en werd het quotum voor het seizoen op 250 steenmarters gezet, waarmee het beheer in 24 van de 27 weidevogelgebieden hervatte. Voorstanders wijzen op onderzoek van vogelwachters dat over vijf jaar “tot 28 procent meer eieren” en evenveel meer overlevingskans voor kuikens liet zien. Het punt voor de huiseigenaar: die uitzondering draait om weidevogelbescherming op het boerenland, niet om overlast in huis of auto — daar geldt onverkort dat je het dier met rust moet laten en alleen mag weren.
In Vlaanderen loopt het net iets anders, maar de kern is dezelfde. De steenmarter is er beschermd en mag niet gevangen of gedood worden; het Agentschap Natuur en Bos stelt dat vangen of verplaatsen bovendien geen zin heeft, omdat marters de weg snel terugvinden of een ander individu de plek inneemt. Alleen het gebouw aanpassen zodat de marter er niet meer in kan, is toegestaan; een uitzondering om in te grijpen kan via ANB worden aangevraagd. In echt acute gevallen mogen enkele bedrijven met een speciale afwijking nestjongen uit een gebouw halen, maar dat is uitdrukkelijk voor uitzonderingssituaties. En over die ene DIY-verleiding die je nooit moet volgen, zijn NL en Vlaanderen het roerend eens: vergiftigen — met paracetamol of wat dan ook — is illegaal, levensgevaarlijk voor je eigen huisdieren en kinderen, en het lost niets op omdat een nieuwe marter het lege territorium overneemt.
Vergiftigen is geen noodoplossing maar een misdrijf — bovendien staat er binnen een paar weken gewoon een volgende marter op je zolder.
Humaan weren: buitensluiten zonder de wet te overtreden

De enige aanpak die én legaal én blijvend werkt, is de marter buitensluiten. Dat het werkt heeft een logische reden: door de geurklieren in hun voetzolen laten marters overal geursporen na, en zodra een territorium niet meer verdedigd wordt, vindt via die sporen vanzelf een nieuwe marter de weg naar jouw zolder. Doden of wegvangen is daarom zinloos — je moet de plek zelf ontoegankelijk maken.
Werk in deze volgorde:
- Vind de ingang. Loop rond het huis en zoek hoog én laag naar mogelijke toegangen; marters springen ruim een meter hoog en klimmen goed. Stop een prop krantenpapier of een doek in elke verdachte opening. Is de prop na een paar nachten verdwenen, dan heb je de gebruikte ingang gevonden.
- Controleer op jongen — dit is cruciaal. Maak de laatste opening níét dicht in de periode dat er jongen in het nest kunnen zitten. De bronnen leggen die grens iets anders (van maart tot en met juni, tot maart–juli), maar veilig aanhouden: van het vroege voorjaar tot in de zomer. Sluit je de moeder buiten terwijl de jongen binnen zitten, dan sterven die van de honger — en dat is bovendien strafbaar. Moet je in die periode toch ingrijpen, verstoor het nest dan zó (met licht, geluid of geur) dat de moeder haar jongen zelf verhuist, of schakel een specialist in.
- Sluit af als het dier weg is. Maak de opening dicht kort nadat de marter ’s avonds op jacht is gegaan, zodat je hem niet insluit — een opgesloten, panikerend dier richt veel schade aan. Gebruik materiaal waar hij niet doorheen kan bijten: stevig gegalvaniseerd gaas (draaddikte minimaal 1,45 mm, maaswijdte hooguit 3 à 4 cm), een metalen plaat of een houten plank. Let op: alleen PUR-schuim volstaat níét, want dat krabt een marter gewoon open — een combinatie van gaas én schuim werkt wel.
- Neem de klimroutes weg. Snoei overhangende takken en klimplanten, haal opstapjes als vuilbakken en banken weg, en plaats een gladde kraag of borstel rond regenpijpen en vrijstaande bomen. Een dakrand die meer dan zo’n 30 cm oversteekt, is voor een marter al lastig te passeren. Is de muur erg ruw, dan helpt een glad vlak van minstens 50 cm hoog of enkele stroomdraadjes onder de dakrand.
De statutaire uitvoeringsorganisatie BIJ12 heeft de preventieve maatregelen voor marterachtigen op een rij gezet en scoort onder meer het dichten van openingen, kabelommanteling, anti-martermatten en een vaste elektrische afwering als “hoog” effectief. Diezelfde bron plaatst er een belangrijke juridische kanttekening bij: een elektrisch draadraster mag je alleen preventief inzetten (voordat de marter zich heeft gevestigd), en het mag geen andere beschermde soorten schaden, zoals huismussen, gierzwaluwen of vleermuizen. Wil je de marter niet dakloos maken, bied dan elders een alternatief aan — een grote takkenhoop of een marterkast op een rustige plek kan voorkomen dat hij simpelweg naar de zolder van de buren verhuist.
En de middeltjes waar internet vol mee staat? Wees nuchter. Geursprays, wc-blokjes, hondenharen en ultrasone kastjes hebben hooguit een tijdelijk effect: marters schrikken van iets nieuws, maar wennen er snel aan. Ultrasoon geluid dooft bovendien al na een meter of vier en dringt niet door steen, hout of isolatie heen, dus achter elk obstakel zit een “geluidsschaduw” waar de marter ongestoord zit. Ze kunnen dienen als noodgreep om een dier even te verjagen vlak vóór je de boel dichtmaakt — maar als losse oplossing stellen ze teleur, en soms vergroten ze de schade juist.
Weren draait niet om harder verjagen, maar om de laatste opening op het juiste moment dichtmaken — en pas als je zeker weet dat er geen jongen achterblijven.
De auto marterproof maken

Bij de auto gelden dezelfde principes, met een eigen rangorde van wat werkt. De vakbronnen zetten de betrouwbare maatregelen bovenaan en de twijfelachtige onderaan:
- Zet de auto binnen. Een goed afgesloten garage zonder gaten groter dan zo’n 4 cm houdt de marter simpelweg buiten — al beschermt dat je natuurlijk niet als je elders parkeert.
- Reinig de motorruimte. Poets na een marterbezoek het motorcompartiment grondig schoon om alle geursporen te verwijderen; zo verklein je de kans dat de volgende marter zijn territoriumstrijd op jouw auto uitvecht.
- Versper de toegang of bescherm de kabels. Laat de kwetsbare kabels en slangen ommantelen met stevige, bijtbestendige kabelgoten (in de handel voor zo’n € 9 per twee meter), of laat de motorruimte afschermen. Overleg dit met je garagist om problemen met garantie of verzekering te voorkomen.
- Plaats stroomstootplaatjes. Een stroomstootapparaatje geeft de marter een onschadelijke schok — het principe van een schrikdraad — zodra hij in de motorruimte kruipt, en dat blijkt volgens Duits onderzoek een duurzame bescherming. In Vlaanderen is dit bovendien de enige maatregel die vereist is om überhaupt in aanmerking te komen voor een schadevergoeding. Let op twee dingen: het toestel moet een EMV-keurmerk hebben (zodat het de auto-elektronica niet stoort) en zó geïnstalleerd zijn dat het uitschakelt zodra de motorkap opengaat. Prijzen lopen van zo’n € 20 tot € 200.
- Verwacht weinig van sprays, matten en ultrasoon. Kippengaas of een anti-martermat onder de auto kan tijdelijk helpen, maar biedt geen garantie. Ultrasone kastjes stellen teleur — bij een proef trad bij de helft van de zo uitgeruste auto’s tóch weer schade op — en sommige sprays verjagen de vrouwtjes maar lokken juist de mannetjes.
Blijft de vraag: en de verzekering? Marterschade aan je eigen auto valt in Nederland alleen onder een Allrisk-dekking; met alleen WA of WA+ (Beperkt Casco) betaal je de reparatie zelf, en claimen kost je je no-claimkorting en mogelijk een eigen risico. In Vlaanderen heb je er een omniumverzekering (mini of full) voor nodig, en zelfs dan vergoeden lang niet alle verzekeraars marterschade — het moet als “contact met dieren” gedekt zijn, wat maar bij een deel van de maatschappijen het geval is. Kortom: check je polis vóórdat de marter langskomt, niet erna.
Veelgestelde vragen
Mag ik een steenmarter zelf vangen of doden als hij overlast geeft?
Nee. De steenmarter is in Nederland beschermd onder de Omgevingswet en in Vlaanderen mag hij evenmin gevangen of gedood worden; ook zijn vaste rust- of nestplaats mag je niet vernielen. Op overtreding staan hoge boetes (economische delicten). Alleen humaan weren — buitensluiten — is toegestaan.
Waarom bijt een steenmarter de kabels van mijn auto kapot?
Waarschijnlijk uit territoriumdrang. In het voorjaar en de zomer markeren marters hun omgeving intensief met geur; rijdt je auto met de geur van de ene marter naar het gebied van een andere, dan reageert die op de “indringer” en bijt hij de zachte onderdelen kapot om die geur uit te wissen. Reinig daarom na een bezoek de motorruimte.
Hoe weet ik zeker dat het een steenmarter is en niet een rat of een kat?
Let op worstvormige keutels met een gedraaide punt (vaak met pitjes), een muskusachtige latrinegeur en nachtelijk gebonk of gekrijs tussen grofweg 23.00 en 03.00 uur. Wil je het zeker weten, zet dan een wildcamera bij de vermoedelijke ingang; strooi eventueel wat bloem voor een pootafdruk.
Wanneer mag ik de laatste opening níét dichtmaken?
In de periode dat er jongen in het nest kunnen zitten — grofweg van het vroege voorjaar tot in de zomer (bronnen noemen maart–juni tot maart–juli). Sluit je dan de moeder buiten, dan sterven de jongen, en dat is strafbaar. Verstoor het nest liever zó dat de moeder de jongen zelf weghaalt, of schakel een specialist in.
Werken ultrasone verjagers en geursprays tegen steenmarters?
Meestal maar tijdelijk. Marters wennen snel aan een nieuw geluid of een nieuwe geur, ultrasoon geluid reikt maar een paar meter en gaat niet door muren of isolatie heen, en bij een test kreeg de helft van de auto’s met een ultrasoon kastje tóch weer schade. Gebruik ze hooguit om een dier even te verjagen vlak voor je de toegang definitief dichtmaakt.
Is marterschade aan mijn auto verzekerd?
Alleen met de juiste dekking. In Nederland valt het onder Allrisk, niet onder WA of Beperkt Casco, en claimen raakt je no-claimkorting. In Vlaanderen heb je een omniumverzekering nodig en vergoedt lang niet elke verzekeraar marterschade. Controleer je polisvoorwaarden.